

Een rendier op je borst, sneeuwvlokken op je mouwen, misschien een paar belletjes en als het écht goed misgaat zelfs verlichting. De kersttrui is inmiddels een onmisbaar onderdeel van de feestdagen. Maar hoe is die eigenlijk ontstaan?
De kersttrui zoals we die vandaag kennen, is niet zomaar uit de lucht komen vallen. Het kledingstuk heeft een bijzondere ontwikkeling doorgemaakt: van praktische wollen winterkleding naar een vrolijk kerstcadeau, van ouderwets naar gênant en uiteindelijk naar een kledingstuk dat je juist expres aantrekt omdat het zo fout is.
Tijd om de geschiedenis van de kersttrui eens uit te pluizen.
Om de oorsprong van de kersttrui te begrijpen, moeten we eerst terug naar traditionele gebreide wintertruien.
Dikke wollen truien werden in Noord-Europa al lange tijd gedragen om mensen warm te houden. Vooral in Scandinavië en andere koude regio's ontstonden herkenbare breipatronen met geometrische vormen, sneeuwvlokken en andere motieven. Zulke truien waren in eerste instantie vooral praktisch: ze moesten beschermen tegen kou.
Ook de bekende Fair Isle-achtige patronen werden belangrijk binnen de ontwikkeling van het moderne beeld van de wintertrui. In de loop van de twintigste eeuw werden deze opvallende breipatronen steeds bekender buiten hun oorspronkelijke omgeving.
De kersttrui was er toen echter nog niet zoals we hem nu kennen.
Na de Tweede Wereldoorlog veranderde de manier waarop kerst werd gevierd. In de Verenigde Staten groeide de commerciële kant van kerst en ontstond er meer ruimte voor kleding en cadeaus die speciaal bij de feestdagen pasten. In die periode verschenen de eerste truien met duidelijke kerstmotieven. Ze waren meestal een stuk subtieler dan de kersttruien van nu. Denk aan sneeuwvlokken, kerstbomen, rendieren en andere winterse afbeeldingen.
Sommige van deze truien werden aangeduid als zogenaamde "jingle bell sweaters". Het waren nog geen bewust foute kersttruien; ze waren vooral bedoeld om feestelijk en gezellig te zijn. De kersttrui was dus aanvankelijk helemaal niet bedoeld als grap.
In de jaren 70 en vooral de jaren 80 veranderde de kersttrui langzaam van karakter. Kleuren werden feller, patronen werden groter en kerstmotieven werden steeds duidelijker. Tegelijkertijd groeide de populariteit van opvallend gebreide kleding en handgemaakte truien. De bredere knitwear-trend van de jaren 70 en 80 zorgde ervoor dat grote patronen en uitgesproken ontwerpen helemaal niet zo vreemd waren.
Maar er gebeurde nog iets belangrijks: de kersttrui kwam steeds vaker op televisie.

Bekende televisiepersoonlijkheden en acteurs droegen opvallende truien tijdens kerstprogramma's en in populaire series. In de Verenigde Staten werd het kledingstuk onder andere bekend door Bill Cosby als Cliff Huxtable in The Cosby Show. Ook films als National Lampoon's Christmas Vacation droegen bij aan het beeld van de opvallende kersttrui.
Vanaf dat moment was de kersttrui niet meer alleen een kledingstuk, hij werd onderdeel van de kerstcultuur.
Dat is misschien wel het leukste onderdeel van de geschiedenis.
De kersttrui werd namelijk niet geboren als "foute kersttrui". Het idee van de ugly Christmas sweater ontstond geleidelijk doordat kersttruien steeds uitbundiger werden. Meer kleur, meer patronen, meer kerstfiguren en uiteindelijk: meer van alles.
In de jaren 80 pasten die overdreven truien eigenlijk perfect bij de mode van het decennium. De grenzen tussen feestelijk, opvallend en ronduit kitsch werden steeds vager. Wat ooit gewoon een vrolijke kersttrui was, kon daardoor langzaam veranderen in iets waar je je een beetje voor schaamde.
En juist dát zou later de aantrekkingskracht worden.
Een van de bekendste momenten in de geschiedenis van de kersttrui kwam in 2001. In de film Bridget Jones's Diary verschijnt Colin Firth als Mark Darcy in een opvallende kersttrui met een rendier. Bridget is bepaald niet onder de indruk.
De trui werd dankzij de film wereldberoemd en groeide uit tot een van de bekendste voorbeelden van de zogenaamde "ugly Christmas sweater". De makers van de film hadden bovendien bewust gezocht naar een trui die eruitzag alsof hij door een familielid was gebreid.
En daar zit een mooie ironie in. De kersttrui die ooit bedoeld was om gezellig te zijn, werd nu juist grappig omdat hij zo ouderwets en fout was.
In de jaren 2000 veranderde onze houding tegenover de kersttrui opnieuw. Mensen hoefden zich niet langer te schamen voor een lelijke kersttrui, ze konden er juist trots op zijn.
Het idee ontstond om tijdens kerstfeestjes bewust de meest overdreven trui uit de kast te trekken. In 2002 wordt bijvoorbeeld een van de eerste bekende georganiseerde ugly Christmas sweater parties in Vancouver genoemd. Vanaf dat moment werd de "foute kersttrui" steeds meer een feest op zichzelf.
De regel werd eigenlijk simpel: Hoe fouter, hoe beter.

De moderne kersttrui draait allang niet meer alleen om mode. Het gaat om sfeer, humor, om samen iets geks doen en misschien vooral om het feit dat je met kerst nét iets minder serieus hoeft te zijn. Dat verklaart ook waarom er inmiddels zoveel verschillende soorten kersttruien bestaan. Van subtiele Noorse patronen tot truien met rendieren, kerstmannen, sneeuwpoppen, kerstkoekjes en zelfs lichtjes.
De kersttrui is daarmee veranderd van een praktisch kledingstuk naar een vorm van kerst-entertainment. Je draagt hem niet alleen om warm te blijven, je draagt hem om gezien te worden.
De kersttrui heeft in ruim een halve eeuw een behoorlijk bizarre carrière gehad. Van praktische winterkleding naar kerstcadeau. Van televisietrend naar modeblunder, van modeblunder naar feesttraditie. En misschien is dat precies waarom de kersttrui zo goed bij kerst past. Kerst draait tenslotte niet om perfectie, het draait om gezelligheid, samen zijn en vooral: plezier maken.
Dus of je nu kiest voor een subtiele wintertrui met sneeuwvlokken of voor een exemplaar met rendier, lampjes en genoeg kerstversiering om een gemiddelde kerstboom jaloers te maken: de kersttrui heeft zijn plek in de kerstgeschiedenis inmiddels ruimschoots verdiend.
En eerlijk? Hoe fouter, hoe beter.